website bouwen website maken Sprookjes Verhalen

Facebook
Twitter
Youtube

Er was eens, lang geleden, een meisje dat Karen heette. Ze had geen vader of moeder meer en zwierf helemaal alleen over straat. Met bedelen probeerde ze wat geld te verdienen. Zo kon ze elke dag een beetje brood kopen. Karen liep op blote voeten die bijna altijd pijn deden, want geld om schoenen te kopen had ze niet. Gelukkig had de vrouw van de schoenmaker medelijden met haar. Zij maakte een paar rode schoentjes voor het meisje. Daar was ze erg blij mee. Nu hoefde ze nooit meer op blote voeten over de harde keien of door de koude sneeuw te gaan. ´Er gaat niets boven mijn rode schoentjes,´ zei Karen.


Op een gure winterdag stond Karen bibberend van de kou op het plein te bedelen. Plotseling stopte er een deftige koets.  Er zat een chique oude dame in met een prachtige hoed op. Toen ze het meisje zo alleen zag, vroeg ze vriendelijk: ‘Hoe heet je, lief kind?’


‘Karen, mevrouw’


‘Moet je niet naar huis?’


‘Ik heb geen huis, mevrouw.’


‘Maar waar slaap je dan vannacht?’


Karen keek de dame aan en begon opeens te huilen. Ze wist echt nog niet waar ze zou slapen. Het was altijd ergens  anders. Soms onder een brug. Soms in een portiek. Soms sliep ze zelfs helemaal niet… De dame kreeg zo’n medelijden met het arme meisje dat ze zei: ‘Stap maar in. Vanavond eet en slaap je bij mij.’ Eén nachtje werden twee nachtjes. Twee nachtjes werden er drie en op de vierde dag vroeg de lieve dame of Karen misschien voor altijd bij haar wilde blijven wonen. Het meisje wilde niets liever!


Ze kreeg heerlijk eten, droeg prachtige jurken en ging elke dag naar school. Haar oude rode schoentjes waren allang in de vuilnisbak beland. Nu had ze mooie, zwarte lakschoentjes. Maar Karen veranderde jammer genoeg niet alleen vanbuiten, maar ook een beetje vanbinnen. Ze stond zichzelf wel heel erg knap en stond vaak voor de spiegel. Dan paste ze mooie jurken en zette de grote deftige hoeden van de oude dame op. Ze bekeek zichzelf van alle kanten. Daarbij danste ze de hele tijd, want Karen is gek op dansen. ‘Oh, wat zie je er toch ongelooflijk mooi uit tegenwoordig,’ zei ze al dansende tegen haar spiegelbeeld.


Op een dag bezocht de koningin de stad waar Karen woonde. De koningin had haar dochtertje bij zich en iedereen wilde het jonge prinsesje zien. Ook Karen ging kijken. Het prinsesje zag er beeldig uit. Ze had een prachtige witte jurk aan waaronder ze schitterende rode schoentjes droeg. Karen kon haar ogen e niet van afhouden. Ze waren heel wat mooier dan de rode schoentjes die ze zelf ooit had gedragen had! Niet lang daarna waren de zolen van haar zwarte schoenen helemaal versleten van het dansen. De oude dame gaf haar geld om een nieuw paar te kopen. De schoenmaker had tietallen glanzende, nette schoen, maar Karen liet haar oog vallen op een paar rode. Ze kocht ze en ging dansend van geluk op haar nieuwe schoentjes naar huis. Maar de oude vrouw was er helemaal niet blij mee! ‘Dat zijn dansschoentjes, Karen! Daar kun je echt niet meer naar school of naar de kerk! En morgen is het zondag, dus doe dan je oude zwarte lakschoentjes maar weer aan.’


De volgende ochtend deed Karen toch haar nieuwe rode schoentjes aan. Ze kon het niet laten, ze stonden haar zo mooi! Karen huppelde naar de kerk. Daar zat een oude soldaat voor de deur. Hij had een lange, rossige baard en maar een been.


‘Kijk nou,’ zei de soldaat,’ ‘dat zijn toch geen schoenen om mee naar de kerk te gaan?’ Hij tikte met zijn zwaard even licht tegen Karens schoentjes en zong:


Rode schoentjes om te dansen naar de kerk, da’s niks gedaan blijf stevig zitten, rode schoentjes als jullie uit dansen gaan


Karen ging de kerk in, maar ze had steeds het gevoel dat iedereen naar haar voeten keek. En dat was ook zo. Rode dansschoenen in een kerk, dat kon echt niet! Maar Karen snapte niet waarom. Er ging toch niets boven rode schoentjes? Een tijdje later zou er een groot dansfeest op het marktplein zijn. Karen verheugde zich er heel erg op en oefende nieuwe danspasjes voor de spiegel. Daarbij zong ze:


Kijk mij in die mooie jurk Dat verveelt geen ogenblik Kijk mij op die rode schoentjes Niemand danst zo mooi als ik!


Maar op de dag van het feest werd de lieve oude dame erg ziek. De dokter kwam en zei dat ze zich maar goed moest laten verzorgen door Karen. Dat wilde het meisje natuurlijk ook wel, maar daardoor kon ze niet naar het feest… En ze wilde zo graag op haar rode schoentjes over het plein dansen!


Nu zat ze aan het ziekbed van de vrouw terwijl ze in de verte vrolijke dansmuziek hoorde. Toen de oude dame in slaap was gevallen, deed Karen snel haar rode schoentjes aan en glipte het huis uit. Eventjes dansen, dat kon toch wel…? Niet veel later zwierde ze over het plein. Ze voelde zich zo gelukkig dat ze helemaal vergat dat ze thuis nodig was. Rond middernacht was het feest afgelopen. Karen schrok toen ze dacht aan de zieke vrouw die al veel te lang alleen was. Ze moest snel naar huis! Maar… het ging niet! De schoentjes dansten uit zichzelf door! Karen kon er helmaal niets aan doen. Of ze wilde of niet, ze moest wel doordansen. De schoentjes sleurde haar mee door de stad, over straten en pleinen, de hele nacht door. Ze dansten en dansten en hoe Karen er ook tegen vocht, ze kon niet anders dan dansen, dansen en nog eens dansen!


De volgende ochtend danste ze de stad uit, door de velden, lange, langs dorpen en boerderijen. Ze danste langs kerken en kastelen, over bergen en door dalen en het was allesbehalve leuk! Met voeten vol blaren kwam Karen uiteindelijkhaar eigen stadje weer in gedanst. Bij de kerk zat de oude soldaat nog altijd op de stoep. ‘Help me !’ riep Karen uitgeput. ‘Jij hield toch zo van dansen?’ vroeg de soldaat. ‘Jawel, maar de oude dame heeft me nodig!’ riep Karen terwijl ze nog een pirouette draaide. ‘Aha! Je kunt dus toch nog aan een ander denken,’ zei de soldaat. En hij zwaaide met zijn zwaard terwijl hij zong:


Rode schoentjes om te dansen Naar de kerk, da’s niks gedaan Laat maar los nu, rode schoentjes Zodat ze gauw naar huis kan gaan


Onmiddellijk schoten de schoentjes van haar voeten en ze dansten alleen – nou ja, met zijn tweeën – vrolijk veder. Karen viel doodvermoeid neer, maar krabbelde snel overeind. Ze holde naar huis op blote voeten, net als vroeger. Nog nooit was ze zo blij geweest als ze toen ze zag dat de oude dame weer beter was. Diezelfde lieve dame die haar ooit van de armoede had gered! Karen viel op haar knieën voor haar neer en zei dat ze ontzettende spijt had.


De oude dame gaf haar een dikke zoen op haar voorhoofd en zei: ‘Het is al goed. Ik heb het je al vergeven. Want volgens mij ben je nu van je ijdelheid genezen’.


En de rode schoentjes? Het schijnt dat die gewoon door zijn blijven dansen. Over straten en pleinen, door zon en regen… Misschien kom je ze nog wel eens tegen!

Terug naar Sprookjesverhalen

Selecteer uw taal:

Meer WonderWereldWeb:

©WonderWereldWeb